Nieuw!! Opvang zonder contract!
Incidentele opvang. Soms heb je gewoon even opvang nodig, voor een paar uur of een paar dagen maar waar? Nou dat kan bij het Kinderhuys, vanaf heden bieden wij ook incidentele kinderopvang.
Wat zijn de spelregels. Je belt tot minimaal 1 dag van te voren naar ons toe of er plek is 0570 605 682. Op de afgesproken dag een tijd wordt het kind gebracht en wordt het verschuldigde bedrag vooraf voldaan. Wij hanteren het zelfde uurtarief als bij de structurele opvang namelijk 6,25 euro per uur.
Binnenkort start onze buiten schoolse opvang!
Inschrijven kan via deze site.
Het Kinderhuys is van start gegaan in januari 2010. We zijn gevestigd in een voormalig schoolgebouw in Keizerslanden aan de Dorrestraat 1 te Deventer.
We richten onze opvang op de kinderen van de gemeente Deventer.
Door de ruime opzet van het gebouw en de speelruimte rondom kunnen we uw kind, de ruimte bieden, die het kind nodig heeft.
We verzorgen de opvang van de kinderen in de leeftijd van 6 weken tot 4 jaar. We bieden een creatieve omgeving, waarin de ontwikkeling van het kind voor op staat. We bieden de kinderen een programma, dat aansluit bij de individuele behoeften van het kind. We laten de kinderen veel in de buitenlucht spelen en bieden sport door een fysiotherapeut. Daarnaast is er veel aandacht voor de ontwikkeling van de kinderen op het gebied van taal enz. Zodat ze goed voorbereid zijn als ze naar de basisschool gaan.
Het kinderdagverblijf is dagelijks geopend van 08:00 uur tot 18:00 uur. In overleg kunnen de tijden aangepast worden.
Er zijn geen vaste tijden om uw kind te brengen of halen. Dit kan de hele dag door.
Pedagogisch beleidsplan Kinderdagverblijf het Kinderhuys.
Voorwoord
In dit pedagogisch beleidsplan maken wij duidelijk waar wij - kinderdagverblijf het Kinderhuys - voor staan als het gaat om ons pedagogische klimaat en het pedagogisch handelen van de groepsleiding. Goede, pedagogisch verantwoorde kinderopvang is veel meer dan het puur opvangen van kinderen op die momenten dat ouders andere bezigheden hebben en daarom hun kinderen toevertrouwen aan de opvang. Wij vinden het belangrijk dat volwassenen en kinderen, zowel onderling als met elkaar, respectvol omgaan. Groepsleiding onderkent het potentieel van ieder kind en gaat sociaal emotionele relaties met de kinderen aan die zowel recht doen aan ieder individueel kind als aan de groep. We leggen de nadruk op de mogelijkheden en de kwaliteiten van de kinderen. Alle kinderen hebben kwaliteiten die door ons, volwassenen, maar ook door het samen zijn met andere kinderen worden herkend, ontwikkeld en bevestigd. De meerwaarde van kinderopvang komt voort uit het samen zijn met anderen, het leren van en met elkaar, waarbij tevens het individuele kind gezien wordt. Via de (lokale) oudercommissie kunt u een bijdrage leveren en meedenken over het pedagogisch beleidsplan en andere inhoudelijke onderwerpen.
Inleiding
In dit pedagogisch beleidsplan beschrijven we hoe we binnen kinderdagverblijf het Kinderhuys met kinderen omgaan. We beschrijven welke mogelijkheden we creëren en bieden voor de ontwikkeling van persoonlijke en sociale competenties van de kinderen. Ook wordt de wijze waarop wij de sociale en emotionele veiligheid van kinderen waarborgen beschreven, evenals de manier waarop wij normen en waarden aan hen overdragen. Maar vooral ook beschrijven wij wat wij zien als de meerwaarde van kinderopvang, hoe we deze vormgeven in een veilige omgeving en met welke activiteiten we dat doen. Onze werkwijze leidt tot een plek waar kinderen zich veilig voelen in een vertrouwde omgeving en waar ouders hun kind met een gerust hart kunnen achterlaten.
Identiteit
Het Kinderhuys biedt een ondersteunende rol als het gaat om identiteitsvorming. Onze doelstelling is om het woord opvoeding te vertalen in opvangen, verzorgen en begeleiden. Zodat wanneer de kinderen vier jaar zijn ze goed voorbereid naar de basisschool kunnen. Het Kinderhuys hanteert een aantal normen en waarden die we op de kinderen zullen overdragen. Hiervoor zijn een aantal huisregels waaraan de kinderen zich moeten houden. Hieronder valt onder andere, niet gillen, niet rennen, geen speelgoed van anderen afpakken, niet gooien met speelgoed. Het Kinderhuys is een kinderdagverblijf waar de ouder(s) in het begin, een bepaalde tijd, het kind komen brengen en halen wanneer het hen uitkomt. Ze mogen het kind niet voor 08.00 uur en niet na 18.00 uur brengen of ophalen. Langzamerhand worden de regels daarin strenger zodat er een geleidelijk structuur wordt opgebouwd voor zowel ouder(s) als kind.
De kinderdagverblijven en sociale veiligheid
Sociale veiligheid is belangrijk voor een kind om zichzelf te kunnen zijn én zich optimaal te kunnen ontplooien. Een kinderdagverblijf zien wij als het tweede opvoedingsklimaat naast de thuissituatie. Ons streven is de sociale veiligheid optimaal te bevorderen. De groepssamenstelling kan binnen één week van dag tot dag sterk verschillen, wel is de samenstelling van de groep elke maandag, dinsdag etc gelijk. Omdat de groep van dag tot dag een andere samenstelling kan hebben is het belangrijk om ook op andere wijzen de gewenste veiligheid, rust en vertrouwdheid in de groepen te bewerkstelligen. I.v.m met deze problematiek zijn er afspraken gemaakt met diverse instanties zoals Tactus, wijkverpleegkundigen, Gemeente Deventer, Stichting de Kij en Bureau Jeugdzorg. Dit alles is na toestemming van de ouder(s). Gezien het grote aantal kinderen waarvan de ouder(s) niet of slecht Nederlands spreken, geven we deze groep extra aandacht met betrekking tot lezen, het leren van woorden etc. In dit verband hebben we verticale groepen gevormd. Jonge kinderen hebben behoefte aan regelmaat, herhaling en herkenbare situaties. Ook dat verhoogt hun gevoel voor veiligheid. Op het kinderdagverblijf spelen we hier zoveel mogelijk op in.
Sociale competenties
Wij vinden het belangrijk dat kinderen zich ontwikkelen tot mensen die hun verantwoordelijkheid kennen en nemen. Daarom worden de kinderen zelf in staat gesteld om zelf iets te onderzoeken en zelf antwoorden te vinden in verschillende situaties. Spel en spelen is daarbij zeer belangrijk. Spel bevordert het voorstellingsvermogen, het inzicht, de communicatie evenals het vermogen om samen te werken en problemen op te lossen. Daarnaast willen we kinderen aanmoedigen en ondersteunen in het ontwikkelen van een eigen visie, en in hun compassie en sympathie voor anderen (leren rekening houden met elkaar). Tijdens de gezamenlijke bezigheden en activiteiten (bijvoorbeeld kringgesprek in een peutergroep) worden de belangen van individuele kinderen meegenomen, zodat de kinderen leren nadenken over de belangen van anderen. Op deze manier wordt kinderen geleerd rekening te houden met de ander. Kinderen leren zo in openheid en respect te kijken naar verschillende manieren waarop mensen situaties kunnen beleven. Groepsleiding ondersteunt de kinderen in het reflecteren op hun eigen gedrag en het denken over zaken die voor hen van belang zijn. De vaardigheden van de groepsleiding om kinderen te begrijpen en interacties met ze aan te gaan zijn hierbij van wezenlijk belang. Daar hoort ook bij dat we de kinderen al jong leren elkaar te helpen, de één kan bijvoorbeeld al wel een knoop los krijgen, en de ander nog niet. Het geeft kinderen zowel een goed gevoel geholpen te worden, als om een ander te mogen helpen. Al op jonge leeftijd leren we de kinderen om mee te helpen de groep op te ruimen, bij de jongste kinderen gaat dit, vanzelfsprekend, nog spelenderwijs. Bij de oudere kinderen doen we een beroep op hun gevoel voor verantwoordelijkheid. Wij belonen de kinderen als ze zelf aangeven dat ze naar het toilet moeten. Dat doen we met een plaskaart. Elke keer als zij op de wc geplast hebben krijgen zij een sticker op hun plaskaart. Is de plaskaart vol dan krijgen ze een cadeautje en zijn de een grote meid of jongen. Er staan twee driezitsbanken op de groep. De kinderen worden daar vaak in kleine groepjes voorgelezen. Dit is een goede manier om de kinderen te stimuleren om elkaar iets te vertellen over een boek. Ze leren te wachten op hun beurt om elk wat te vertellen. Door het samenzijn in de groep leren kinderen samen spelen en rekening te houden met elkaar. In een groep leren de kinderen veel van elkaar, ze imiteren, corrigeren, dagen uit, hebben zorg voor elkaar, delen samen plezierige momenten en vinden vriendjes. In groepsverband doe je veel samen waardoor het makkelijker is je over iets heen te zetten. Ook leren we kinderen na een ruzie op een positieve manier opnieuw het contact voort te zetten.
Emotionele veiligheid op het kinderdagverblijf
De groepsleiding zorgt voor emotionele veiligheid op de groep door het creëren van een sfeer waarbinnen ieder kind tot zijn recht komt en waar vertrouwen de boventoon voert. Lachen, plezier maken, gezelligheid creëren, maar je ook even mogen terugtrekken zijn begrippen die de basis vormen voor een goede sfeer. Hulpmiddelen hierbij zijn het bieden van structuur en regels die voor kinderen herkenbaar en begrijpelijk zijn.
Normen en waarden
Wij zijn van mening dat in al ons handelen steeds iets terug te vinden is van onze eigen inzichten en ideeën , onze waarden en normen. Bij het opvoeden van kinderen speelt het overbrengen van waarden en normen voortdurend een rol. Vanuit onze organisatie dragen we bewust uit:
Kinderen leren deze waarden en normen primair door oefening en door de aanwezigheid van volwassen rolmodellen. Wij vinden het dan ook belangrijk dat alle medewerkers een open houding hebben en openstaan voor feedback, zowel positief als negatief. Dit geldt voor alle relaties die worden aangegaan: met de kinderen, de ouders, de collega's en de leidinggevenden. Hierdoor worden signalen opgepakt en wordt samenwerken makkelijker.
Persoonlijke competenties
ieder kind is uniek en heeft zijn eigen individualiteit. In ons pedagogisch handelen zullen wij dan ook het belang van het individuele kind zwaar laten wegen en steeds bewust afwegen tegen het groepsbelang. Ieder kind heeft eigen behoeftes: respect voor zijn individualiteit verhoogt zijn eigenwaarde en het zelfvertrouwen. Ook al gaat de groep iets doen dan nog kan het zijn dat één van de kinderen daar geen behoefte aan heeft en dus met iets anders aan de gang gaat. Kinderen worden wel steeds opnieuw uitgenodigd om mee te doen met andere kinderen of met een activiteit, we zullen dit echter nooit verplichten. Het kan voorkomen dat het individuele belang wijkt voor het groepsbelang. We stimuleren de kinderen, al spelend, te leren. De kinderen verwerven kennis en krijgen de kans te ervaren hoe prettig het is iets te presteren. Ze leren dat moeilijkheden overwonnen kunnen worden en zichzelf te zien als een waardevol lid van de groep. Groepsleiding ondersteunt de kinderen in het ontwikkelen van vertrouwen en eigenwaarde. De eigenheid, ambities en interesses van ieder kind worden aangemoedigd, en daarmee het verlangen om te leren. Jongens en meisjes krijgen dezelfde kansen om hun mogelijkheden en interesses te onderzoeken en verder te verkennen, zonder enige belemmering vanuit stereotype denken. Om kinderen goed te leren omgaan met hun gevoelens is het belangrijk dat de groepsleiding de gevoelens van de kinderen respecteert, ze onderkent en weet te verwoorden. Elk kind heeft recht op zijn eigen boosheid, verdriet, angsten, genot en plezier. Door deze gevoelens voor de kinderen te verwoorden leert een kind zijn gevoelens herkennen en voelt het zich gezien. Dit vergroot zijn gevoel voor eigenwaarde. We leren de kinderen emoties uiten; aan verdriet wordt ruimte gegeven. Het leren omgaan met emoties kan immers juist ontspannend en verlichtend werken. Daar waar een kind zich verliest in een bepaald gevoel zullen we het kind helpen en ondersteunen om de situatie beter te kunnen hanteren.
Veiligheid, gezondheid en welzijn
De zorg voor het individuele kind, zijn veiligheid, gezondheid, de ontwikkeling- en leermogelijkheden zijn centrale onderwerpen in de kinderopvang. Een voorbeeld van veiligheid omtrent slapen voor de allerkleinsten is dat we de kinderen op de rug laten slapen i.v.m. het verkleinen van de kans op wiegendood. Een ander voorbeeld is voedselbereiding waarvoor richtlijnen zijn opgesteld om zo een goede hygiëne te kunnen waarborgen. Een laatste voorbeeld dat we in dit kader willen geven is dat we er zorg voor dragen dat de kinderen een gevarieerde en gezonde voeding wordt aangeboden. Wij houden ook rekening met afwijkende en/of cultuurgebonden voedingsgewoontes. Ten slotte melden we nog dat de groepsleiding verplicht is deel te nemen aan de cursus kinder-EHBO. Een aantal medewerkers gaan we tot bedrijfshulpverlener opleiden. Tevens houden we jaarlijks ontruimingsoefeningen. Voor een goede gezondheid is voldoende beweging noodzakelijk. Dit proberen wij zoveel mogelijk te stimuleren. Op het kinderdagverblijf spelen we minimaal één keer per dag buiten, tenzij het weer dit niet toelaat. Buiten kunnen de kinderen rennen en op allerlei andere manieren tegemoet komen aan hun natuurlijke bewegingsdrang. Onnodige zitsituaties worden zoveel mogelijk vermeden. Ook de binnenruimtes zijn zo ingericht dat bewegen gestimuleerd wordt. Ook leren de kinderen gevaren te onderkennen. Zo leren zij de risico's van de buitenwereld in te schatten. Wij zullen met de kinderen naar het winkelcentrum lopen voor boodschappen, gaan wandelen naar het park of naar de markt gaan. We staan open voor ideeën van de kinderen (kinderparticipatie) en moedigen de kinderen aan een eigen idee te ontwikkelen. Wanneer kinderen ergens over kunnen meedenken of invloed kunnen uitoefenen, voelen ze zich meer verantwoordelijk voor die keuze. Kinderparticipatie verhoogt de betrokkenheid van de kinderen bij de opvang. Als er actief naar kinderen geluisterd wordt, vergroot dat hun zelfvertrouwen. Participatie stimuleert kinderen om zelf na te denken, het daagt ze uit om met elkaar en met volwassenen van gedachten te wisselen en te onderhandelen. Één keer in de week komt er een fysiotherapeut op de groep. Zij kijkt naar elk kind en doet oefeningen die bij het kind passen. Zij kan ook zien of het kind een achterstand heeft in de motoriek en waar zij extra aandacht aan moet besteden. Zij zal de kinderen elk apart meenemen naar een andere ruimte om met de materialen die zij heeft een goed onderzoek te doen en de kinderen te behandelen waar dat nodig is. Ook zal zij in groepsverband een aantal oefeningen met de kinderen doen.
Activiteiten
Creativiteit en drama geven kinderen de mogelijkheid zichzelf te uiten en te experimenteren met gevoelens. Binnen het kinderdagverblijf zijn creatieve activiteiten belangrijk. Bij het kinderdagverblijf wordt op een eenvoudige wijze gebruik gemaakt van drama (we zijn nu allemaal dwergen en we hebben.....). Drama zit in het spel dat de kinderen zelf spelen (winkeltje, vader en moedertje, ridderspel etc.) continue verweven. Door het bieden van een gevarieerd aanbod aan activiteiten, gebruik makend van allerlei verschillende materialen, leveren we een bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen. Kinderen worden gestimuleerd om iets "nieuws" te leren om zo meerdere, verschillende ervaringen op te doen. Op de vestiging is een breed aanbod van speelmateriaal om de fijne én de grove motoriek goed te kunnen ontwikkelen. Tevens is er voor ieder wel iets dat aanspreekt en is er voldoende uitdaging. We noemen: knutselactiviteiten, muziek maken, spelletjes, puzzelen, bevorderen van fantasiespel, grote bewegingsspelen. Ook de taalontwikkeling wordt op veel manieren, spelenderwijs bevorderd; bijvoorbeeld tijdens een spelletje, het zingen, de gesprekjes aan tafel, het lezen van een boekje en natuurlijk tijdens het voorlezen. Op het kinderdagverblijf bieden we specifieke activiteiten aan voor een bepaalde leeftijd. Bijvoorbeeld voor de iets grotere kinderen legpuzzels met kleinere stukjes. Het kinderdagverblijf is voorzien van goede buiten speel mogelijkheden. Het streven is om, als het weer het toelaat, elke dag de kinderen de mogelijkheid te bieden om buiten te spelen. Alleen met de allerjongsten is dit in de praktijk niet altijd haalbaar. Werken met materialen uit de natuur is het meest voor de hand liggende voorbeeld om kinderen al op jonge leeftijd bewust te maken van de natuur.
Het pedagogisch werkplan
Aanvullend op het pedagogisch beleidsplan heeft het kinderdagverblijf haar vertaalslag gemaakt en dit weergegeven in het pedagogisch werkplan van het kinderdagverblijf. Hiermee wordt het opvoedkundige handelen van de groepsleiding zichtbaar en tevens toetsbaar. Jaarlijks wordt het pedagogisch werkplan met het team en de oudercommissie doorgesproken en, indien gewenst, aangepast. Tevens wordt in het pedagogisch werkplan nog een aantal praktische zaken behandeld: de groepsgrootte, de leeftijdsopbouw van de (stam)groepen, het aantal kinderen per leidster, het wennen, de leeftijdsgebonden activiteiten die buiten de eigen groep plaatsvinden, het nemen van afscheid ('s ochtends bij het brengen maar ook bij doorstromen naar een andere groep of het verlaten van de opvang), ziekte, het vieren van verjaardagen en andere feesten.
Wij hopen dat u na het lezen van dit pedagogisch beleidsplan inzicht heeft gekregen in onze denk-werkwijze.
Voorwoord
Het Kinderhuys is een kinderdagverblijf in Keizerslanden. Het kinderdagverblijf bestaat uit kinderopvang van kinderen van 0 jaar tot 4 jaar. De kinderen kunnen vervolgens van 4 jaar tot 12 jaar naar de BSO. De BSO is in eerste instantie bedoeld voor de kinderen die al op het kinderdagverblijf begonnen zijn. Voor hun zal er altijd plaats op de BSO zijn. Zij hebben voorrang op andere kinderen. Uiteraard staat de BSO wel open voor andere kinderen indien er plaats is.
Dit beleidsplan is tot stand gekomen in samenwerking met pedagogisch medewerkers, oudercommissie en directie. Leidinggevenden en directie zullen er op toezien dat het pedagogisch beleidsplan in de praktijk zal worden nageleefd. Het beleidsplan zal worden bijgesteld indien in de praktijk blijkt dat het nodig is. Periodiek zal met de pedagogisch medewerker het plan worden besproken en bij het vaststellen van het rooster en de activiteiten zal het pedagogisch plan als leidraad gelden. Aan het begin van het schooljaar zal een activiteitenplan worden vastgesteld. De ouders kunnen dit opvragen bij het secretariaat.
Hoofdstuk 1 Inleiding
Dit beleidsplan is bedoeld voor ouder(s)/verzorger(s), alle medewerkers, instanties en instellingen die direct en indirect bij de Buitenschoolse Opvang (BSO`s) van Kinderopvang het Kinderhuys betrokken zijn.
In dit beleidsplan is onze visie op buitenschoolse opvang beschreven en hoe we deze visie naar het beleid vertalen. Tevens wordt beschreven hoe we dit beleid in de praktijk toepassen, zowel de instructies aan de pedagogisch medewerkers, tevens als leidraad voor het opstellen van het werkplan waarin de dagplanning en activiteiten die voor de kinderen georganiseerd worden. De activiteiten vloeien voort uit dit plan. De activiteiten zullen er dus op gericht zijn de verschillende punten te ontwikkelen.
In de volgende hoofdstukken zal het pedagogisch beleidsplan nader uiteen gezet worden.
Hoofdstuk twee beschrijft de visie en doelstellingen van de organisatie.
In hoofdstuk drie worden opvoedingsdoelen pedagogische onderbouwd en verklaard.
Hoofdstuk vier beschrijft hoe wij kinderen ontwikkelingsmogelijkheden bieden tijdens de opvang en splitst zich uit in vier paragrafen. Het bieden van veiligheid wordt zowel op fysiek als emotioneel gebied beschreven in paragraaf één. In de tweede paragraaf kunt u lezen hoe kinderen persoonlijke competenties kunnen ontwikkelen tijdens de opvang. Het ontwikkelen van sociale competenties is te lezen in paragraaf drie en in de laatste paragraaf beschrijven we het overbrengen van normen en waarden tijdens de opvang. Kinderopvang het Kinderhuys hecht belang aan een heldere communicatie. De manieren waarop dit getracht wordt te bereiken wordt beschreven in hoofdstuk vijf.
Hoofdstuk 2. Visie en doelstelling
Algemeen
De BSO is voortgekomen uit Atelier Marijke Kok bv, een bedrijf waarin al meer dan 40 jaar vele technieken ontwikkeld en toegepast worden voor het vervaardigen van hoogwaardige kunstnijverheidsartikelen. Het Atelier heeft in de afgelopen decennia regelmatig cursussen gegeven aan kinderen en tot nu toe, verjaardagspartijtjes georganiseerd. Kinderen die van huis uit nooit iets met handenarbeid te maken hebben gehad blijken vaak onder goede leiding veel te kunnen. Ze krijgen zo de mogelijkheid om later voor een creatief om ambachtelijk beroep te kiezen. BSO is een voorziening, die aansluit op de kinderopvang. Het vangt kinderen tussen de 4 jaar en 12 jaar op. Dus van het moment ze naar de basisschool gaan totdat ze groep 8 verlaten om vervolgonderwijs te gaan volgen. De kinderen worden opgevangen, op de tijden dat de kinderen geen school hebben en de ouders zelf de kinderen niet kunnen opvangen.
Buitenschoolse opvang bestaat uit voorschoolse opvang (VSO), tussenschoolse opvang (TSO) en naschoolse Opvang (NSO). De kinderen worden opgevangen samen met andere kinderen in de basisschoolleeftijd. Zij brengen hun vrije tijd samen door: tijdens de lunch, na school, op woensdagmiddag en in de vakanties. De groepen zullen uit leeftijden staan die bij elkaar passen en zijn ingedeeld naar de verschillende groepen die ze op de basisschool volgen. Dus groep vier t/m acht. Als het aanbod van kinderen kleiner is zullen er groepen samengevoegd worden, maar de activiteiten zullen zoveel mogelijk gericht zijn naar de leeftijd, ontwikkeling en behoefte van het kind. Het kan dus voorkomen dat een kind een bepaalde activiteit met kinderen uit een andere groep doet.
Pedagogische visie
Onze organisatie gaat ervan uit dat ieder kind uniek is en dat de capaciteiten en talenten van ieder kind individueel ontwikkeld moeten worden. Het kind moet de kans krijgen om met een breed scala aan mogelijkheden in contact te komen om te ontdekken waar zijn of haar talenten liggen. Variërend van sport tot creatieve ontwikkeling. Een goede lichamelijke conditie is vereist om een kind goed te laten functioneren. We hebben een groot schoolplein, grasveld en een speellokaal. Daarnaast worden eigenschappen ontwikkeld die het kind nodig heeft om op school en in zijn verdere leven goed te kunnen functioneren zoals samenspelen, rekening houden met anderen. Eventuele achterstanden op school bij werken of extra aandacht te geven aan gebieden waar het kind op school meer moeite mee heeft.
Doelstelling BSO
We bieden de kinderen de mogelijkheid zich zo breed mogelijk en op hun eigen manier te ontwikkelen. De groepen scheppen een voorwaarde waarbinnen de kinderen zichzelf kunnen zijn, en op hun eigen tempo zich te ontwikkelen.
Samenspraak
Ouders zijn de voornaamste opvoeders van de kinderen. Het is dus ook van groot belang dat er een openheid bestaat en wederzijds vertrouwen, openheid en respect voor elkaars mening. Tussen de ouder(s)/verzorger(s) en de medewerkers van de BSO. De essentiële pedagogische beleidspunten worden met ouder(s)/verzorger(s) besproken tijdens het intakegesprek. Daarnaast worden de ouders geïnformeerd over de activiteiten en wordt de ontwikkeling van het kind besproken met de ouders.
Hoofdstuk 3. Vier opvoedingsdoelen verklaart
In de Wet kinderopvang wordt onder andere aangegeven wat de overheid verstaat onder kwaliteit in de kinderopvang: "verantwoorde kinderopvang is kinderopvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige omgeving". Voor de pedagogische onderbouwing van de Wet kinderopvang, is gekozen voor de vier opvoedingsdoelen van professor J.M.A. Riksen-Walraven.
De vier opvoedingsdoelen zijn:
· Een gevoel van emotionele veiligheid bieden
· Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties
· Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van sociale competenties
· De kans bieden om zich waarden en normen, de "cultuur" van een samenleving, eigen te
maken
In de omgang met de kinderen vinden wij het daarom heel belangrijk dat:
· Positieve stimulans en adequate begeleiding geboden wordt
· Zelfstandigheid en zelfredzaamheid worden gestimuleerd
· Verschillen als een verrijking van de groep worden beschouwd
· Iedereen zich geaccepteerd voelt
· De opvang bijdraagt aan opvoeding van kinderen om in een (multiculturele) samenleving te
leven
· Er een sfeer van verdraagzaamheid en wederzijds respect heerst tussen pedagogisch
medewerker en kind
Hoofdstuk 4. Bieden van ontwikkelingsmogelijkheden
4.1 Het bieden van veiligheid
Het bieden van een veilige opvoedingsomgeving splitst zich in twee delen:
fysieke veiligheid en emotionele veiligheid
Fysieke veiligheid
Vergunningen procedures en kwalificaties
Onze organisatie heeft voor alle gebouwen gemeentelijke vergunningen en de door de brandweer afgegeven gebruikersvergunningen. Daarnaast worden door de GGD periodiek inspecties uitgevoerd. Onze organisatie heeft procedures en protocollen omtrent o.a. ziekten, agressie, calamiteiten, hygiëne en kindermishandeling. Pedagogische medewerkers, leidinggevenden en directie handelen hier naar. In de procedures wordt besproken wat de te ondernemen stappen zijn en wie waar verantwoordelijk voor is. In de protocollen zijn stapsgewijs instructies terug te vinden hoe te handelen. In geval van nood worden deze gebruikt. De leidsters zijn op de hoogte van de procedures en de procedures liggen altijd ter inzage bij het secretariaat. Verder hebben alle groepen een map met kindgegevens, waarin telefoonnummers staan van ouder(s)/verzorger(s) en huisarts. Ook worden er eventuele allergieën en diëten bij vermeld. Alle pedagogisch medewerkers zijn in het bezit van minimaal een SPW 3 (of gelijkwaardig) diploma en een geregistreerd ‘bewijs van goed gedrag’.
Groepsgrootte en groepsverdeling
Het Kinderhuys volgt hiervoor de beleidsregels kwaliteit kinderopvang. Van de oppervlakte en de leeftijd is afhankelijk hoeveel kinderen er zich in een ruimte bevinden en hoeveel pedagogisch medewerkers op de groep staan. Bij BSO vindt opvang plaats in stamgroepen (vaste groepen in een eigen ruimte), met dien verstande dat een groep uit maximaal twintig kinderen bestaat in de leeftijd van vier jaar tot de leeftijd waarop het basisonderwijs voor de kinderen eindigt uit maximaal dertig kinderen bestaat in de leeftijd van acht jaar en ouder. Van bovenstaande kan afgeweken worden indien kinderen bij (spel)activiteiten de stamgroep verlaten.
Kind- pedagogisch medewerker ratio
Bij BSO bedraagt de verhouding tussen het aantal gekwalificeerde pedagogisch medewerkers en het aantal feitelijk aanwezige kinderen ten minste:
-één pedagogisch medewerker per 10 kinderen in de leeftijd van 4-6 jaar
-één pedagogisch medewerker per 12 kinderen in de leeftijd van 6-8 jaar
-één pedagogisch medewerker per 15 kinderen in de leeftijd van 8-12 jaar, ondersteund
door een andere volwassene
Wanneer kinderen buiten de stamgroep opgevangen worden, wordt het aantal pedagogisch medewerkers bepaald aan de hand van het rekenkundig gemiddelde van de voor de aanwezige leeftijdscategorieën geldende maximale aantallen kinderen, waarbij naar boven kan worden afgerond. Incidenteel kan er een extra kind op de groep aanwezig zijn, bijvoorbeeld op een wendag of bij een verjaardag. Dit is echter een uitzondering en kan worden afgeweken van bovengenoemde regels. Pedagogische medewerkers kunnen op sommige dagen worden ondersteund door een stagiair(e) of vrijwillig(st)er, deze zijn echter altijd boventallig. Het kan zijn dat voor en na de schooltijd alsmede gedurende vrije middagen minder pedagogisch medewerkers aanwezig zijn. Dit is voor ten hoogste een half uur per dag met maximaal de helft van het aantal pedagogisch medewerkers. In vakanties en op vrije dagen kan dit maximaal drie uur bedragen.
Invalkrachten
Binnen de organisatie zijn enkele vaste invalkrachten. Indien ziekteverzuim, vakantie- of snipperdagen niet intern op te lossen zijn wordt de invalkracht op de groep geplaatst en worden werkafspraken gemaakt.
Achterwachtregeling/ alleen staan
Wanneer er één pedagogisch medewerker op de vestiging wordt ingezet, wordt deze ondersteund door ten minste één volwassene op de vestiging aanwezig of door een volwassene die snel ter plaatse kan zijn. Dit in geval van calamiteiten.
Gebouwen, ruimte en ontruiming
Onze gebouwen en ruimten voldoen aan de eisen opgenomen in de categorie ‘minimaal’ van de handleiding kwaliteitsnormen voor accommodaties in de kinderopvang. Ten aanzien van de grootte van de ruimten en het aantal kinderen hanteren we normen zoals deze zijn opgenomen in het referentiemodel voor de kwaliteit van de kinderopvang. Het Kinderhuys heeft een ontruimingsplan met plattegronden van het gebouw en gebruikte ruimtes, waar vluchtroutes in zijn verwerkt. Één keer per jaar is er een ontruimingsoefening.
Materiaal/risico-inventarisatie
Ons speelgoed, meubilair en buitentoestellen voldoen aan de wettelijke normen. Pedagogische medewerkers controleren of materiaal heel en veilig is, zonodig wordt het vervangen. Voor het hele gebouw is een risico inventarisatie gemaakt. Deze ligt ter inzage in de entree. Ieder jaar inventariseren wij onze groepen op eventuele risico`s die letsel kunnen veroorzaken. Hieronder valt: het meubilair, speelgoed, maar ook de binnen- en buitenruimten. Er wordt een plan van aanpak gemaakt en aan de hand daarvan worden de nodige reparaties of handelingen verricht die noodzakelijk zijn. Pedagogische medewerkers kennen de risico-inventarisatie en handelen hier naar.
Ophalen van kinderen
Als het kind door iemand anders dan de ouder(s)/verzorger(s) wordt opgehaald moet dit van te voren aan de pedagogisch medewerkers doorgegeven worden. Het kind wordt anders niet meegegeven.
Buiten spelen en uitstapjes
Als de kinderen buitenspelen stellen de pedagogisch medewerkers zich strategisch op en verdelen zich over het buitenterrein, om het overzicht goed te bewaren. Dit betekend ook dat pedagogische medewerkers op kinderen uit andere groepen letten, indien nodig. Het gehele buitenspeelterrein is afgezet met een hek met gaas. Aan de hekken hangt een slot. Het buitenspeelterrein is alleen van binnenuit bereikbaar. Wanneer de zon schijnt en er kans is op verbranding worden kinderen ingesmeerd en een eventueel meegebracht petje opgedaan. Kinderen mogen niet op blote voeten buiten lopen.
Voorbeelden van uitstapjes kunnen zijn het maken van een wandeling naar de kinderboerderij, het bos of de speeltuin. Een voorraadje wordt meegenomen met de belangrijkste elementen uit de EHBO koffer voor noodgevallen. Ook gaan de noodnummers mee en krijgen de kinderen een stikker met de eigen naam en het telefoonnummer van de pedagogische medewerker wat aanspreekpunt is op dat moment. Ouder(s)/verzorger(s) tekenen een verklaring dat hun kind mee mag naar uitstapjes buiten de locatie. Deze wordt bewaard bij de kindgegevens.
Medicatie en EHBO
Iedere groep heeft door ouder(s)/verzorger(s) ingevulde lijsten, waarop staat wat en hoeveel van het medicijn het kind krijgt en op welke tijden en welke ze toegediend moeten worden. De pedagogische medewerker die het medicijn gegeven heeft, vult in hoe laat het kind het medicijn heeft gekregen, met paraaf erachter. Pedagogische medewerkers zijn op de hoogte hoe ze de EHBO koffer kunnen gebruiken, controleren regelmatig op houdbaarheid van de producten en kijken of de doos nog compleet is, zonodig bestellen en vullen ze bij. Er is de hele dag minimaal één bedrijfshulpverlener aanwezig.
Hygiëne en voeding
Pedagogische medewerkers zijn op de hoogte van de huisregels rondom hygiëne, handelen hiernaar en wijzen kinderen op de regels, deze zijn terug te vinden in het pedagogisch werkplan. Er wordt schoongemaakt volgens de hygiënecode van kinderopvang het Kinderhuys deze is terug te vinden in de procedure hygiëne. Verder staan hier onderwerpen als hand- en mondhygiëne, desinfecteren, bloed, hygiëne omtrent verschonen, toilethygiëne en zandbakken buiten in beschreven. Ook volgens deze procedures wordt door pedagogisch medewerkers gewerkt. Na elke maaltijd en tussendoortjes wordt er door pedagogisch medewerkers schoongemaakt. Dit wil zeggen de tafel afgenomen en de vloer geveegd. Na de tussendoortjes en aan het eind van de dag wordt er afgewassen. Aan het einde van de dag worden de groepsruimtes, de keuken en de toiletten schoongemaakt Er zijn schoonmaaklijsten aanwezig, waarop bijgehouden wordt wanneer welk onderdeel schoongemaakt wordt. Zowel door de pedagogisch medewerkers zelf als een schoonmaakbedrijf wordt schoongemaakt. Het bereiden en bewaren van voedsel gebeurt volgens de HACCP- richtlijnen. Hierin staan alle eisen die worden gesteld aan een goede werkwijze voor de hygiëne. Alle risicovolle momenten tijdens het voorbereidingsproces zijn in kaart gebracht en er is vastgesteld welke maatregelen genomen zijn om bedreigingen voor de gezondheid te voorkomen. Het aanbod van voeding staat vermeld in het pedagogisch beleidsplan. Het beleid van kinderopvang DJW is, dat er liever geen snoep, koek of chips getrakteerd wordt. Wanneer dit toch voorkomt, kan het zijn dat dit mee naar huis wordt gegeven.
Emotionele veiligheid
Wennen
In deze periode kunnen het kind, de ouder(s)/verzorger(s) en de pedagogisch medewerkers wennen aan elkaar, de groep, het dagritme, regels en gewoonten. Het proces verloopt zorgvuldig dit legt de basis voor het verdere verloop van de opvang. De duur van de periode is afhankelijk van het kind, grenzen worden verlegd tijdens het wennen en het kind wordt aan andere kinderen gekoppeld. Er wordt rekening gehouden met emoties van het kind tijdens het wennen. Het kind is gewend wanneer het een plaats in de groep gevonden heeft. Tot die tijd houden pedagogisch medewerkers dit proces nauwlettend in de gaten.
Dagindeling
De kinderen krijgen op de BSO`s een vaste dagindeling aangeboden. Vaste onderdelen zijn hier onderdeel van. De indeling is nader uitgewerkt in het werkplan. Dagindelingen worden gevolgd met uitzonderingen van vakanties en themadagen en –activiteiten. Ook vaste rituelen zijn onderdeel van het dagprogramma, zoals wachten op elkaar met eten en drinken, het vieren van een verjaardag en het welkom heten van een nieuw kind in de groep. Er wordt rekening gehouden met individuele behoeftes van ouder(s)/verzorger(s) en kinderen. Deze worden besproken in het intakegesprek. De dagindeling voor het kind kan dan indien mogelijk aangepast worden. De programma ruimte voor het kiezen van eigen activiteiten en/of het wel/niet mee doen met de groep. De tijden om te brengen en te halen zijn vrij. De ouder hoeft hierover geen overleg te voeren met de medewerkers. Het kind kan op ieder gewenst moment gebracht worden en gehaald naar behoefte van de ouder.
Vaste pedagogisch medewerkers
De aanwezigheid van vaste en vertrouwde pedagogisch medewerkers is bevorderlijk voor de veerkracht van kinderen en is de basis om een goede relatie tussen kind en pedagogisch medewerker te kunnen laten ontstaan. Bij de samenstelling van een team wordt gekeken naar o.a. de combinatie van leeftijd, ervaring en creativiteit. Hierdoor bieden wij een gevarieerde teamsamenstelling met vaste medewerkers waardoor kinderen meer mogelijkheden hebben om een vertrouwensrelatie op te bouwen met de pedagogisch medewerkers. Er wordt gelet op de wijze waarop het kind benaderd en aangesproken, getroost en bevestigt, aanmoedigt en uitgelegd wordt indien nodig. Verder letten pedagogisch medewerker op een goede verzorging van het kind, maken ze plezier en spelen ze met de kinderen mee. Naast de vereiste pedagogische medewerker kunnen er workshops of sport gegeven worden door derden. De pedagogische medewerker zal hier wel bij aanwezig zijn.
Overgang van dagopvang naar BSO
Wanneer de kinderen vier jaar worden en naar school gaan, gaan ze over naar de BSO. Er vindt overdracht plaats tussen de pedagogisch medewerkers van beide groepen. Er worden bijzonderheden en kindgegevens uitgewisseld. De pedagogische medewerker van de BSO gaat een steeds belangrijkere rol spelen en het contact met de pedagogische medewerker van de dagopvang wordt afgebouwd. Verder gaat hetzelfde wenproces als hierboven beschreven in werking.
Thema’s
We werken met thema’s. We gebruiken thema’s die aansluiten op de belevingswereld van de kinderen. Dit gebeurt op de BSO voornamelijk in de vakanties en in een specifieke periode. De ruimte wordt naar het desbetreffende thema ingericht. Thema`s worden tevens gebruikt ter oriëntatie op de buitenwereld. Voorbeelden van thema`s kunnen zijn: herfst, sinterklaasfeest, winter, lente, zomer, carnaval en Koninginnedag. Thema`s en alles wat hierom heen hangt die angst kunnen veroorzaken bij een kind worden gemeden.
Binnen en buitenruimten
Er zijn ruimten waar vaste activiteiten plaatsvinden. Tussen de verschillende ruimten is een balans tussen rust en actie, stilte en geluid, alleen en samen, spannend en veilig. De eigen groepsruimte is een herkenbare en vertrouwde plek voor het kind. Het materiaal is zodanig opgesteld, dat kinderen zelf de mogelijkheid hebben te kiezen en ook zelfstandig kunnen gebruiken. Pedagogische medewerkers stimuleren, helpen en adviseren het kind bij het kiezen van nieuw, spannend en/of uitdagend materiaal. Ze weten waar het kind goed in is, wat het leuk vindt en wat zijn/ haar mogelijkheden en uitdagingen zijn. We vinden het belangrijk dat de kinderen iedere dag even naar buiten gaan om hun energie kwijt te kunnen.
4.2 De ontwikkeling van persoonlijke competenties
Definitie
Ontwikkeling van persoonlijke competentie is het bevorderen van persoonskenmerken zoals flexibiliteit, creativiteit, zelfvertrouwen, zelfstandigheid, veerkracht en probleemoplossend vermogen. Kinderen moeten deze vaardigheden eigen maken net zoals praten, denken en bewegen. Door na te doen, uit te proberen en uitgedaagd te worden, worden al deze vaardigheden ontwikkeld. Elk kind is uniek en ontwikkelt op zijn eigen manier en tempo. Pedagogische medewerkers proberen deze ontwikkelingen te stimuleren.
De ontwikkeling van de schoolleeftijd
In de leeftijd van 4 tot 13 jaar maken kinderen belangrijke ontwikkelingen door. Van afhankelijke zuigeling en peuter worden het zelfstandige kinderen. Op school leren de kinderen BSO zien wij als vrije tijd waarin kinderen zich kunnen ontspannen. Pedagogische medewerkers passen hun verwachtingen aan de leeftijd en persoonlijkheid van het kind. Ontwikkelen houdt in veranderen. Als we praten over verandering in gedrag, dan hebben we het over het doormaken van ontwikkelingsfases.
Zelfstandigheid
Uitdagingen vormen de basis voor zelfstandigheid. De kinderen worden uitgedaagd om zelfstandig taken uit te voeren. Pedagogische medewerkers spelen in op wat het kind kan en wil en bieden verschillende gerichte activiteiten aan die passen bij het ontwikkelingsniveau en de persoonlijkheid van een kind. Verder hebben de kinderen de mogelijkheid zelfstandig activiteiten te kiezen en materialen te pakken. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld het zelf bedenken van oplossingen voor een probleem, bij het maken van een werkstuk, maar ook bij het oplossen van conflicten tussen kinderen onderling. We leren kinderen voor zichzelf op komen en ondersteunen het ontwikkelen van zelfvertrouwen door het kind te complimenteren wanneer iets goed gaat. Ook verwachten we dat kinderen mee helpen met opruimen en de grote kinderen helpen de kleinere kinderen bijvoorbeeld met veters strikken. We geven ze zo een extra stukje verantwoording.
Lichamelijk
Wat betreft de fijne motoriek zijn er activiteiten als verven, knippen en plakken. Wat betreft de grove motoriek activiteiten als klimmen, fietsen, rennen en springen. Ook worden er sport activiteiten op verschillende sportgebieden georganiseerd, waar de kinderen zich voor kunnen inschrijven gedurende een jaar. Daarnaast is er wekelijks een fysiotherapeut aanwezig. Deze zal behandelingen geven aan kinderen die daar behoefte aan hebben daarnaast worden er groepslessen gegeven.
Zindelijkheid en het eigen lichaam
We verwachten dat kinderen die op de BSO komen zindelijk zijn. Zijn ze dit niet dan volgen pedagogische medewerkers de procedure zindelijkheid van het Kinderhuys en overleggen met ouder(s)/verzorger(s). Kleuters gaan het verschil tussen jongetjes en meisjes ontdekken, krijgen belangstelling voor hun eigen lichaam en beginnen vragen te stellen. Pedagogische medewerkers beantwoorden deze op een manier die past bij de leeftijd van het kind en koppelen situaties die zich hierbij voordoen terug aan ouder(s)/verzorger(s). We zien deze ook als eerste verantwoordelijke om te bepalen wat hun kind wel en niet weet. Toch kan het zijn dat het kind van andere kinderen informatie krijgt. We proberen hier alert op te zijn en de ouder(s)/verzorger(s) op de hoogte te brengen in een dergelijke situatie.
Sociaal-emotioneel
Ook op de BSO wordt de basis gelegd voor sociale vaardigheden die het kind later nodig heeft. Kinderen kijken naar elkaar, reageren op elkaar, leren naast elkaar en met elkaar te spelen. De relatie met leeftijdsgenootjes worden steeds waardevoller. We begeleiden het kind bij het aangaan van relaties met anderen en leren het kind om te gaan met conflicten en deze op te lossen, afhankelijk van de leeftijd en de situatie van de kinderen. In principe wordt er geprobeerd om kinderen zelf hun onderlinge conflicten te laten oplossen. Als kinderen erom vragen bieden de pedagogisch medewerkers hulp. Deze hulp is er op gericht, door actief naar de kinderen te luisteren en de gevoelens van de kinderen serieus te nemen en te benoemen, samen tot een oplossing te komen. Kinderen worden bewust gemaakt van het eigen gedrag en de reactie van een ander hierop. Het gedrag en de gevoelens die bij de ander leven worden verwoord. Kinderen wordt geleerd om consequenties van het eigen gedrag beter te begrijpen en daar, voor zover mogelijk, al vooraf rekening mee te houden.
Verstandelijk/ cognitief
Dit is de ontwikkeling van het denken, waarnemen, geheugen en taal. Kinderen hebben een natuurlijke drang tot ontdekken, informatie te verzamelen en kennis op te doen. Ze willen de wereld om zich heen begrijpen. Het kind leert onder meer door voorbeeld en nabootsing. Doordat pedagogisch medewerkers allerlei dagelijkse gebeurtenissen bespreken, ontstaat ordening om de wereld van het kind. De pedagogische medewerker legt daarbij uit, benoemt de dingen en nodigt de kinderen uit om zelf te verwoorden. Ook kunnen kinderen op de BSO huiswerk maken en hierbij begeleidt worden. Om de taalontwikkeling te stimuleren organiseert de pedagogische medewerker verschillende activiteiten, zoals zang, taalspelletjes en spelletjes met klanken en geluiden. Er zijn boekjes aanwezig die de kinderen zelfstandig kunnen lezen en pedagogisch medewerkers lezen voor aan de kinderen die dit willen.
Creativiteit
Creatief denken en doen wordt de leidraad van het nieuwe BSO. Creativiteit is niet alleen het plezier hebben iets te maken maar bevordert zowel de handvaardigheid als het intellectueel creatief denken.
Creatief werken ontwikkeld de volgende vaardigheden:
-Materiaal kennis
-Gevoel voor vorm en kleur
-Gevoel voor verhoudingen
-Wiskundig inzicht
-Zelfvertrouwen
-Abstract denken
-Samenwerken
-Kennis maken met diverse materialen en technieken
De diverse technieken die we kunnen aanbieden zijn:
-Houtbewerking
-Keramiek gieten, schrapen en bakken
-Tekenen
-Boetseren
-Verven met diverse technieken
-Het leren omgaan met een naaimachine
Kinderen worden gestimuleerd in hun creatieve ontwikkeling. Creatief zijn is meer dan werken met verschillende materialen; kinderen geven vorm aan hun eigen belevingswereld. Kinderen mogen met allerlei materialen en met allerlei verschillende technieken uiting geven aan hoe zij de wereld om zich heen ervaren. Kinderen worden uitgedaagd, er worden zo min mogelijk kant en klare materialen of activiteiten aangeboden. Er worden lessen gegeven op het gebied van handenarbeid. Zo wordt er een beroep gedaan op de eigen inbreng en de fantasie van het kind. Op muzikaal gebied worden er verschillende cursussen aangeboden waar kinderen zich voor kunnen inschrijven gedurende het jaar.
Observeren en signaleren
Pedagogische medewerkers observeren kinderen in hun spel met andere kinderen, tijdens individuele activiteiten, in hun omgang met volwassenen, hun ontwikkeling naar zelfstandigheid etc. De BSO ziet de school als primaire verantwoordelijkheid om eventuele ontwikkelingsachterstanden te signaleren Toch kan het kan zo zijn dat een kind zich anders ontwikkelt dan andere kinderen of zelfs probleemgedrag vertoont. Een kind lijkt zich niet op zijn gemak te voelen in de groep of hij gedraagt zich anders dan gebruikelijk. Pedagogische medewerkers zijn alert op veranderingen in het gedrag van kinderen. Als pedagogisch medewerkers vermoeden dat er iets aan de hand is, wordt eerst het kind geobserveerd om het probleem met de ouder(s)/verzorger(s) te kunnen bespreken. Pedagogische medewerkers waken ervoor iets te noemen zonder dat zij dit concreet kunnen omschrijven. In eerste instantie zal een gesprek met een ouder(s)/verzorger(s) verkennend zijn. Zien de ouder(s)/verzorger(s) hetzelfde gedrag thuis? Hoe kijken ouder(s)/verzorger(s) er tegenaan? Beschouwen de pedagogisch medewerkers het als een serieus probleem, dat wil zeggen als er niets mee gedaan wordt, blijft het probleem bestaan of wordt het erger, dan wordt de situatie besproken met de coördinator BSO. Deze besluit of de situatie opgelost kan worden binnen het team en in samenspraak met de ouder(s)/verzorger(s). Wanneer dit noodzakelijk wordt geacht wordt de deskundigheid van een pedagoog ingeroepen worden. De volgende stap is een pedagogische observatie met daaraan gekoppeld een handelingsplan. In dit geval worden ouder(s)/verzorger(s) altijd op de hoogte gesteld. Indien er noodzaak bestaat tot extra/ speciale begeleiding van een individueel kind zal in overleg met ouder(s)/verzorger(s) bekeken worden of dit haalbaar is of dat er contact wordt gezocht met andere instanties.
4.3 Ontwikkelen van sociale competenties
Definitie
Bij de sociale ontwikkeling gaat het om hoe het kind omgaat met anderen en hoe anderen omgaan met het kind. Bij de emotionele ontwikkeling gaat het om het leren omgaan met de eigen gevoelens en die van de ander. De sociale ontwikkeling is niet los te zien van de emotionele ontwikkeling. De BSO biedt verschillende mogelijkheden voor het kind om zich sociaal te ontwikkelen. In de groep worden gebeurtenissen verwoord van betekenisvolle, emotionele waarde Dit kan situaties betreffen uit de groep, het gezin, de buurt, het land en de wereld. In de groep is een duidelijke en vaste verdeling tussen groepsmomenten en momenten die kinderen individueel invullen. De sociale inhoud van het spel wordt gestimuleerd door samen spelen, praten, luisteren, plezier hebben, delen, wachten op elkaar en rekening houden met elkaar.
Sociale vaardigheden
We houden hierbij rekening met de leeftijd van het kind. Van een kind van vier verwachten we niet dezelfde sociale vaardigheden als een kind van tien. Wat we erg belangrijk vinden is dat kinderen elkaar en de leiding groeten. Tijdens de gezamenlijke momenten, zoals aan tafel, kunnen de kinderen vertellen wat ze hebben meegemaakt. Van de overige kinderen wordt verwacht dat ze luisteren en elkaar uit laten praten. Wanneer er zich een conflict voordoet, wordt dit altijd uitgepraat. Wanneer we weten welk kind de aanstichter is, biedt deze zijn/ haar excuses aan. Ook vertellen we er altijd bij wat het andere kind voelt en dat dit niet leuk is. Veder stimuleren we vriendschappen en letten op hoe een kind sociale vaardigheden ontwikkelt, vanaf het moment van aanmelding op de BSO tot en met het vertrek. Tussendoor bespreken we dit tijdens de haal en breng contacten.
Kind- pedagogisch medewerker interactie
Een goede kind- pedagogisch medewerker relatie ligt aan de basis van kwalitatief goede opvang. Elk kind heeft hechtingsfiguren in zijn/haar leven nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen. De gehechtheidrelatie is de gevoelsmatige relatie die groeit tussen de pedagogisch medewerker en het kind. Vanuit de deze relatie ervaart het kind de veilige basis die nodig is om op eigen houtje dingen te durven ondernemen. Pedagogisch medewerkers zijn zich bewust van hechting bij kinderen en gaan hier zorgvuldig mee om. De kinderen gebruiken hun lichaam bij het uiten en verwerken van hun gevoelens. Pedagogisch medewerkers zijn hier alert op en er wordt veel met de kinderen gepraat over gevoelens. Naarmate de leeftijd vordert wordt de verbale communicatie steeds belangrijker. Ieder kind verdient respect, niet alleen van pedagogisch medewerkers, maar ook van de andere kinderen. Het groepsproces (broertjes/zusjes en vriendjes/ vriendinnetjes) wordt door de pedagogisch medewerkers goed in de gaten gehouden. Pedagogisch medewerkers begeleiden de groep zodanig dat ieder kind tot zijn recht komt en bewaakt de groepssfeer. Het ene kind heeft wat meer stimulans nodig om voor zichzelf op te komen en een ander kind leert juist meer te delen.
4.4 Normen en waarden
Definitie
Waarden zijn die grondbeginselen die ons vertellen wat wel of niet belangrijk is in het leven, wat wel of niet wenselijk is, wat wel of niet goed is etc. Normen zijn de geschreven en ongeschreven regels en afspraken die gebaseerd zijn op de waarden. Als pedagogisch medewerkers zien we samen met de ouder(s)/verzorger(s) de BSO als onderdeel van de maatschappij, waarin kinderen relaties met elkaar, met de pedagogisch medewerkers en met ouder(s)/verzorger(s) aangaan. Wij vinden het belangrijk dat kinderen elkaar respecteren en accepteren. Elk kind mag er zijn met zijn eigen gevoelens, gedragingen en behoeften. We helpen kinderen de onderlinge verschillen te zien en te waarderen, ook al is het anders dan zij gewend zijn. Wanneer de waarden/normen van ouder(s)/verzorger(s) afwijken van die van onze organisatie zullen we proberen daar rekening mee te houden en in te passen in de regels. Ook spreken we ze aan op het gedrag van hun kind. Zo kunnen we direct handelen en het gedrag bespreekbaar maken.
Voorbeeldfunctie
Doordat pedagogisch medewerker voorbeeldgedrag aan kinderen tonen, wordt het besef van normen en waarden bij de kinderen gestimuleerd. Daarnaast wordt er uitgelegd waarom bepaald gedrag wenselijk is of juist niet. Kinderen proberen we normen en waarden spelenderwijs mee te geven. Door ze bijvoorbeeld en verhaaltje te vertellen, waar in een kindje geplaagd wordt en ze uit te leggen dat dit niet mag. Aan tafel leggen we uit hoe en waarom je netjes moet eten.
Corrigeren en belonen
Kinderen hebben grenzen nodig en die proberen wij aan te geven. Het team zit omtrent straffen en belonen op één lijn. Ervaringen worden uitgewisseld in kindbesprekingen. Het aangeven van grenzen gebeurt altijd met respect voor het kind. Met belonen zijn wij continu bezig, het is een vorm van stimuleren en het gebeurt op de volgende manieren: Aandacht geven, aankijken, vriendelijke woorden, glimlachen. Wanneer een kind probleemgedrag vertoont wordt er op de momenten dat het wel goed gaat zoveel mogelijk aandacht gegeven aan het kind en hij/zij wordt geprezen om dit gedrag. Corrigeren bestaat voornamelijk uit:
· Het kind wordt aangesproken/gecorrigeerd
· Het kind krijgt de kans te vertellen wat er is gebeurd
· We leggen het kind uit waarom het gedrag niet kan
· Er wordt niet tegen kinderen geschreeuwd
· De pedagogisch medewerker die het conflict is aangegaan rond het ook weer af door even
met het kind na te praten en duidelijk te stellen dat zij niet meer ‘boos’ is
· Het kind biedt zijn excuses aan
· Het kind krijgt de kans zijn/haar gedrag te veranderen
· Het kind wordt na het corrigeren afgeleid om iets anders te doen
· We melden de ouder(s)/verzorger(s) altijd de voorgaande stappen
Corrigeren is afhankelijk van de leeftijd van het kind, het aantal kinderen op de groep, het
moment en de situatie/ het conflict zelf. Het kind kan streng worden toegesproken, het kind kan kort apart worden gezet of het kan zijn dat het kind tijdelijk niet met bepaald speelgoed of bepaalde kinderen mag spelen. Wanneer het kind gedrag vertoont dat vaak gecorrigeerd wordt kaarten de pedagogisch medewerkers dit aan bij de ouder(s)/verzorger(s).
Regels
Verder gelden er regels, deze zijn er niet om de kinderen in een keurslijf te dwingen, maar om ervoor te zorgen dat de kinderen veilig met elkaar kunnen spelen en ieder kind de ruimte krijgt om zich te kunnen ontplooien. Bij de toepassing wordt rekening gehouden met het ontwikkelingsniveau van het kind. Bovendien vraagt elke situatie een eigen aanpak, Een kind dat vaak grenzen aftast wordt anders benaderd dan een kind dat voor het eerste en regel negeert. Uitleg bij de regels is belangrijk om te zorgen dat het kind de regels begrijpt. Door de regels weet het kind tot hoever het mag gaan en het ervaart wat er gebeurt als het over de grenzen heen gaat. Door kinderen aan te spreken op wat zij doen, leren zij de consequenties van hun gedrag. De vestigingsgebonden huisregels zijn verwerkt in het pedagogisch werkplan.
Hoofdstuk 5. Communicatie
Wij hechten veel waarde aan goede contacten zowel met alle ouder(s)/verzorger(s) als intern, om zo te komen tot een optimale samenwerking. De middelen die we hiervoor gebruiken zijn:
Internetsite
Het Kinderhuys heeft een internetsite om ouder(s)/verzorger(s) en geïnteresseerden te
informeren over nieuwe ontwikkelingen, veranderingen en andere praktische zaken. Ook zijn hier de pedagogische plannen te downloaden. www.hetkinderhuys.nl
Intakegesprek
In dit gesprek ontvangen ouder(s)/verzorger(s) informatie over de gang van zaken op de groep. Er wordt onderling informatie uitgewisseld aan de hand van de procedure intake. Het
intakegesprek wordt afgenomen voor plaatsing. Er wordt een lijst meegegeven waarin staat wat ouder(s)/verzorger(s) hun kind mee moeten geven en wat pedagogisch medewerkers tijdens het gesprek meegeven. De volgende formulieren worden getekend:
· Sieradenverklaring
· Medicijnverklaring
· Verklaring voor het meegaan met uitstapjes
Deze en andere formulieren, bijvoorbeeld voor het invullen van een calamiteit welke zich heeft voorgedaan op de groep, zijn terug te vinden in de map procedures.
Pedagogische plannen
In het intakegesprek bespreken pedagogisch medewerkers het pedagogisch beleidsplan dagopvang met de ouder(s)/verzorger(s). In het pedagogisch werkplan is per vestiging concrete informatie wat betreft het handelen van pedagogisch medewerkers vermeld en in te lezen op locatie. Verder hebben alle pedagogisch medewerkers een exemplaar van beide plannen en werken aan de hand van de richtlijnen uit de plannen.
Mededelingenbord
Hierop wordt belangrijke informatie vermeld zoals sluitingsdagen, besmettelijke ziektes,
geboortekaartjes, bestuurlijke informatie, mededelingen, cursussen, ouderavonden e.d. Voor
ouder(s)/verzorger(s) is het van belang hier regelmatig naar te kijken. De informatie kan
afkomstig zijn van pedagogisch medewerkers, directie en/ of oudercommissie.
Haal- en breng contacten
Wanneer ouder(s)/verzorger(s) hun kind komen halen kunnen zijn een pedagogisch medewerker aanspreken. Dit om informatieoverdracht plaats te laten vinden waarin momenten die het kind meemaakte en die zich op de dag voordeden te bespreken. Eventuele bijzonderheden kunnen worden gemeld.
Nieuwsbrief
Op de BSO`s gaat per vestiging een nieuwsbrief uit voor ouder(s)/verzorger(s). In deze nieuwsbrief staan feiten, gebeurtenissen van de afgelopen tijd, dingen die gaan komen, vakanties etc. om ouder(s)/verzorger(s) op de hoogte te houden. Periodiek en voor elke vakantie gaat er een nieuwsbrief uit.
Oudergesprek en ouderavonden
Ouder(s)/verzorger(s) kunnen ten alle tijden een individueel gesprek aanvragen om geïnformeerd te worden over de ontwikkeling van hun kind en ter wederzijdse uitwisseling. Minimaal één keer per jaar wordt er voor de ouder(s)/verzorger(s) een avond georganiseerd. Aan de hand van een bepaald thema wordt de avond vorm gegeven. Ouder(s)/verzorger(s) zijn in de gelegenheid vragen te stellen en informatie in te winnen.
Oudercommissie
Om het uitbrengen van adviezen door ouder(s)/verzorger(s) te regelen. Met deze commissie beschikt het Kinderhuys over een goede gesprekspartner die namens de ouder(s)/verzorger(s) spreekt. De bevoegdheden van de commissie en de procedures waaraan de organisatie en commissie zich moeten houden, zijn vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement Oudercommissie. Hierin staan o.a. regels met betrekking tot advisering door de commissie.
Klachtenprocedure
Regels, afspraken en procedures kunnen helaas niet voorkomen dat ouder(s)/verzorger(s) soms een klacht hebben. Klachten zijn altijd bespreekbaar, zullen professioneel behandeld worden en indien mogelijk verholpen. Het Kinderhuys heeft een klachtenreglement en is aangesloten bij de SKK Dit reglement voldoet aan de Wet Klachtenrecht Cliënten Zorgsector. Het Kinderhuys heeft een procedure klachtafhandeling, waarin de verdere afhandeling uitgelegd wordt.
Teamvergaderingen
Op deze vergaderingen wordt via agendapunten de gang van zaken op de BSO besproken. Als er tegen problemen aangelopen wordt is er de mogelijkheid dit te bespreken en terug te koppelen naar collega`s. Tijdens de vergadering wordt een punt uit het pedagogisch beleids- of werkplan besproken. Zo wordt duidelijk of het team handelt volgens de richtlijnen van de GGD en haar eigen beleid uitvoert. Het is per BSO verschillend hoe er in het team direct wordt gecommuniceerd. Voorbeelden hiervan zijn overdrachtboeken en dagoverleg. Deze vormen van overleg zijn vastgelegd in de werkplannen.
Stagiair(e)s
Onze organisatie werkt naast gediplomeerde beroepskrachten met stagiair(e)s. Deze worden altijd boventallig op de groep geplaatst. Wanneer de stagiair(e) aan het einde van de studie is en al de benodigde studieonderdelen heeft afgerond en de pedagogisch medewerkers weten dat zij/hij de taken aankan, is er een mogelijkheid dat de stagiair(e) meer bevoegdheden krijgt. Per opleidingsjaar verwachten we andere vaardigheden van stagiair(e)s en ze worden daar waarnodig begeleidt om deze te bereiken. Iedere stagiair(e) krijgt een eigen pedagogisch medewerker toegewezen voor de periode die hij/zij binnen onze organisatie stage loopt. Vanuit school verwachten we dezelfde inzet en begeleiding naar de stagiair(e) toe. Verder verwachten we dat stagiair(e)s zichzelf voorstelen aan ouder(s)/verzorger(s) en een positieve beroepshouding uitstralen.
Deskundigheidsbevordering
Steeds opnieuw zal er kritisch gekeken moeten worden naar de kennis en beroepshouding van pedagogisch medewerkers. Geschoolde en gemotiveerde pedagogisch medewerkers zijn de basis voor een hoog kwaliteit- en dienstverleningsniveau. Dit uit zich in:
· Kindbesprekingen
· Pedagogische vergaderingen waarin punten uit het beleid op de agenda staan
· Supervisie
· Intervisie
· Thema-avonden
· Cursussen voor een geheel team
Vakliteratuur en tijdschriften zijn op locatie aanwezig voor pedagogisch medewerkers. De
leidinggevende ziet hierop toe. Directie behandeld aanvragen voor nieuwe abonnementen.
Slotwoord
In dit beleidsplan staat onze visie en de uitwerking daarvan over het pedagogisch beleid.
Voor de dagopvang is een afzonderlijk beleidsstuk beschikbaar. Verder wordt er jaarlijks een pedagogisch werkplan opgesteld dat ter inzage ligt op het secretariaat.
Als er nog vragen of onduidelijkheden zijn na het lezen van dit beleidsstuk kunt u contact
opnemen met kinderopvang het Kinderhuys (tel: 0570 605 682)

Momenteel plaats
Schrijf u hier in om per e-mail op de hoogte gehouden te worden van onze wachtlijst.